Mijn eerste sprookjes op bestelling!

05-07-2021

Een vriendin van me heeft een dansschool opgericht in Wilsele: "Pump 'n Dance": https://www.pumpendance.be/. Ze geeft ook zwemles. Om me te helpen gelanceerd te raken bestelde ze 2 sprookjes: één over iemand die niet wou dansen en één over iemand die niet dierf zwemmen. Ze zijn gebaseerd op waargebeurde feiten!

De prins die niet dierf zwemmen.

Er was eens een prins, Rick genaamd, in een ver land dat Wolsole heette[1], die doodsbang was van water. Niet gewoon een beetje bang dus, maar echt panisch. Je kan je al voorstellen hoe moeilijk het was om de prins in bad te stoppen. 5 gespierde bedienden om de prins vast te houden, een meestergoochelaar die voor afleiding moest zorgen en konijnen in alle kleuren uit zijn hoed toverde, een dove kapper, die zich niet uit het lood liet slaan door het helse gegil en die zich desondanks kon concentreren op het wassen van het haar van de prins, een halve kilo valeriaan en lavendel om de prins te kalmeren, kwamen er aan te pas. Na afloop moest iedereen uitgeput gaan liggen, inclusief de prins.

Elke week op woensdag moest prins Rick op zwemles. Van 's morgensvroeg werd hij op zijn kamer opgesloten en de lakens werden van zijn bed gehaald, zodat hij die niet aan mekaar kon knopen om te ontsnappen door het raam. Daar stond de prins dan te trillen als een blad in het kinderbadje, amper tot aan zijn knieën in het water en met een grote witte eenhoornzwemband om zijn middel (een idee van de koningin). Zo trachtte hij de zwembewegingen na te doen die de koninklijke sportleraar hem voordeed, maar de arme prins bakte er niet veel van want hij had al zijn concentratie nodig om geen pipi te doen in zijn gouden zwembroek.

De koning en de koningin raadpleegden allerlei specialisten: een officier van de survival school van de Britse luchtmacht die mensen in watervallen leerde afdalen en van kliffen springen, een kozak uit Rusland die met paard en al in de rivier kon rijden, een dokter uit Guatemala die gespecialiseerd was in waterallergieën en zelfs een sjamanka uit Siberië die met de watergeesten kon communiceren. Maar niets van dat alles hielp: hoemeer mensen de prins probeerden te helpen met zijn watervrees, hoe banger hij werd van water.

De prins sloot zich meer en meer af en maakte lange wandelingen in de bossen die aan het paleis grensden. Van een vriendelijke staljongen die voor de koninklijke paarden en jachthonden moest zorgen, kreeg hij een puppie cadeau. Het hondje was de beste metgezel die de prins in maanden gehad had: geen gezeur over dat hij nodig in bad moest of over zwemlessen, het hondje accepteerde hem helemaal zoals hij was en deed niets liever dan met hem door de bossen crossen.

Het was op een late, warme zomermiddag dat Sloekie, want zo had de prins zijn hond genoemd, dorst had gekregen. Met zijn hondenneus in de lucht liep hij recht op de beek af die het bos doorkruiste. Omdat het veel geregend had, want het warme weer had hevige onweders veroorzaakt, was het beekje tot een echte rivier aangezwollen. Bovendien waren de oevers modderig en verzakt. Maar Sloekie had daar allemaal geen erg in en met de ontstuimigheid die eigen aan de jeugd is, plonsde hij de beek in, die hem prompt stroomafwaarts meevoerde. Het ging allemaal zo snel dat de prins amper tijd had om te begrijpen wat er gebeurde. En dat is maar goed ook, want als hij nagedacht had, had hij niet meer gedurfd wat hij vervolgens deed: hij schopte zijn schoenen uit en sprong Sloekie achterna. Verwoed deed hij de zwembewegingen na die de koninklijke zwemleraar hem had voorgedaan en al snel had hij Sloekie ingehaald. Hij zette het arme diertje op zijn schouder en liet zich met de stroom meedrijven, zijn hoofd en Sloekie zo goed mogelijk boven water houdende en eventuele obstakels omzeilend.

Zo dreven ze mee met de stroom en vanuit de rivier gezien zag het landschap er heel anders uit dan vanop de oever. Het was eigenlijk indrukwekkend om de bomen vanuit dit perspectief te zien en het water was lekker verfrissend na de lange wandeling in de hitte. Na een tijdje werd de stroming minder en kwam er een bocht in zicht. En daar zat een beeldschone maar verdrietige prinses op het mos. Ze zag de prins en zijn hondje komen aandrijven en ging snel op zoek naar een dikke tak om hen uit het water te helpen. De prinses was namelijk erg onder de indruk van de dappere en lieve prins die, dat kon je gewoon al raden, zijn leven gewaagd had om dit kleine, schattige diertje te redden. Ze wikkelde Sloekie in haar zijden sjaal en gaf één van haar sandalen aan de prins. Gelukkig had ze grote voeten, wat haar trouwens erg van pas kwam bij het zwemmen. "Welkom in ons koninkrijk", zei de prinses, want zover was de prins met zijn hond afgedreven, helemaal tot in een ander koninkrijk, en samen

hinkten ze, elk op één sandaal (de tenen van de prins hingen een beetje over de zool), de prinses nog altijd met Sloekie in haar armen, naar het koninklijke paleis waar de prinses woonde.

"Waarom was je zo droevig?", vroeg de prins, nu blij dat hij fris gewassen was door zijn onvrijwillige bad in de rivier. "Omdat ik niet kan borduren en iedereen zeurt altijd maar aan mijn hoofd dat een prinses moet kunnen borduren.", bekende de prinses beschaamd. Ze was bang dat de prins haar ook maar niets zou vinden omdat ze niet goed was in handwerk. Maar de prins vond het helemaal niet belangrijk dat de prinses kon borduren, ze zou vast wel heel veel andere dingen kunnen, en hij begreep heel goed hoe erg het was om te hard gedwongen te worden. Ze verstonden mekaar zonder woorden en werden helemaal dolverliefd op mekaar. Liefst van al gingen ze samen zwemmen met Sloekie en dan kusten ze daarna heel lang op het mos onder de bomen aan de rivier in het bos.

En toen ze later trouwden, speechete de prins in zijn zwembroek (zonder éénhoorn) en hij gaf geen krimp toen er iemand een emmer ijskoud water over hem kwam kappen voor de koninklijke ice bucket challenge. "Wat een man!", dachten alle adellijke dames spijtig, want nu konden zij niet meer met hem trouwen.

[1] Noot van de auteur: iedere gelijkenis met bestaande personen berust op louter toevalligheden.

De prinses die niet wou dansen.

Er was eens een prinses die nooit danste. Waarom niet, dat wist niemand en zijzelf nog het minst. Want ze hield ervan om naar de gracieuze bewegingen te kijken van de lenige artiesten die voor de koning optraden en ze deed niets liever dan een verhaal te beleven dat uitgebeeld werd door middel van dans en muziek.

Op de jaarlijkse bals in het paleis zocht ze altijd een plekje in een hoekje op het balkon en bestudeerde dan nauwgezet de verschillende manieren van uitdrukken en bewegen die de adellijke heren en dames ten toon spreidden. Ze merkte op dat er klunzen waren die eigenlijk heel mooi konden bewegen en dat er mensen waren die een overdaad aan gebaren en versieringen gebruikten. Sommigen bewogen zuinig maar elke beweging was op zijn plaats. Bij anderen spatte de vreugde ervan af en er waren er ook bij die pas na enkele dansen (en een paar glaasjes) ontdooiden. Sommigen dansten zuur, hun mond in een streep, maar toch wou dat niet altijd zeggen dat ze het niet leuk vonden, merkte de opmerkzame prinses op: ze mochten het alleen niet te hard laten merken. Dat vond ze wel grappig. Ze ontdekte dat je veel kon te weten komen over iemand door naar diens manier van bewegen te kijken: wat zat er bv. vast en wanneer hielden mensen zich in? Welk effect had het ontmoeten van een te versieren wederhelft op iemand? Er waren er die zich begonnen uit te sloven, hun biceps of hun borsten wat meer lieten zien, terwijl anderen juist meer ingetogen en een beetje droevig dansten. Zo leerde de prinses veel over haar onderdanen en over de mens in het algemeen en dus ook over zichzelf.

Op een dag besloten de koning en de koningin de prinses op dansles te sturen. Tenslotte zou ze toch ooit moeten trouwen, de monarchie moet vooruit denken, en iedereen weet dat je dan een openingsdans moet dansen met je bruid of bruidegom. Een paar glinsterende schoenen en een dansoutfit om u tegen te zeggen, werden afgeleverd aan het paleis en daar reed de koninklijke limousine voor. "Prinses Flor Fernanda María-de-las-Victorias-y-de-los-Fracasos-tambien Antonia Adelaida de Mora y Aragón y Santa-Agatha-Rodos"[2] wordt op de oprijlaan verwacht", riep de butler (want de prinses was van Spaanse afkomst, niettegenstaande haar timide aard). In de dansschool aangekomen gebeurde weer hetzelfde als altijd: de prinses keek en observeerde en leerde, maar zelf danste ze niet.

De ondernemende danslerares van de academie liet het er echter niet bij zitten, vastbesloten als ze was om in ieder kind dat bij haar lesvolgde het beste naar boven te laten komen. Ze haalde al haar trukken uit de kast en dat waren er wat! Ze liet verderlichte houten hoepels overkomen uit Indonesië en ballen gevuld met donsveren van de kroeskoppelikaanvogel in het Taurusgebergte. Ze choreografeerde een hele dans met diamantduiven uit Australië en liet zelfs een keer honderd monarchvlinders uit Noord-Amerika los in de danszaal. Hadbangende kaketoes uit Maleisië zaten op de balletbarren. De prinses vond het allemaal prachtig en ze keek haar ogen uit haar hoofd, maar ze danste niet. De lerares nam Flors handen in de hare en deed haar zo meebewegen op de muziek. Maar van zodra ze haar losliet, vielen haar amen weer slap naast haar lijf. Ze overtuigde de koningin zelfs om mee te komen dansen: 3 bedienden waren er nodig om de rokken van hare majesteit omhoog te houden, zodat ze er niet op zou trappen tijdens het dansen. Maar toen de koningin er plezier in begon te krijgen, maakte ze een enthousiaste pirouette waardoor de bedienden met hun hoofden tegen mekaar gecentrifugeerd werden. De lerares probeerde streng te zijn, ze probeerde het met lief zijn, ze beloofde de prinses een vliegende neushoorn en een pratend paard maar het baatte niet. De prinses was er eenvoudigweg nog niet klaar voor om mee te doen.

Het was op een mooie dag in de lente dat de ze plots uit zichzelf begon te dansen. Zomaar, zonder schijnbare reden, ze was ze er gewoon innerlijk klaar voor. In de les verbaasde ze iedereen, inclusief zichzelf, met een vlekkeloze uitvoering van de aangeleerde dansen. Al die tijd had ze niet niets gedaan, ze had zelfs heel goed opgelet! De prinses werd een heel goede danseres, zoals je al wel kan raden, ze werd zelfs een gerenommeerde wedstrijddanser en dat niet alleen in flamenco maar in verschillende stijlen! Ze werd zo goed dat ze zelf kon optreden in het koninklijke paleis voor haar familie en personeel.

Toen het tijd was voor haar om te trouwen, dat gaf nu geen problemen meer, werd een boodschap gestuurd naar alle aangrenzende koninkrijken om op audiëntie te komen. Op de dag zelf was de prinses maar een beetje nerveus want ze vertrouwde op haar observatievermogen om de juiste man eruit te kunnen kiezen. Het werd een lange dag met veel opschepperij en drukdoenerij: spierballen werden gerold, vechtkunsten gedemonstreerd, vreselijke poëzie gedeclameerd, vogeltjes in gouden kooien (die de prinses vrijliet zodra de prins in kwestie weer vertrokken was) en kostbare tapijten en parfums cadeau gedaan. Toen de laatste prins moest opkomen, was de prinses de moed een beetje verloren. De prins was tenger en verlegen. Hij sprak niet maar maakte een diepe buiging voor de prinses. Toen deed hij een teken naar de vioolspeler die hij meegebracht had en die begon een droevig lied te spelen. Een verdord blaadje waaide door het open raam naar binnen. De prins ving het op en begon zachtjes mee te bewegen op de muziek, terwijl hij het blaadje met beide handen masseerde. Iedereen keek ademloos toe. Terwijl hij steeds grotere bewegingen maakte, begon het blaadje van kleur te veranderen. Het werd weer groen! En toen veranderde de muziek, er begonnen vrolijke noten in door te klinken en uit het blaadje groeiden op wonderbaarlijke wijze een stengel en een paarse orchidee met gouden spikkeltjes. Het was echt magisch. Zonder woorden reikte de prins de prinses de bloem aan. Want misschien weet je het niet, maar flor betekent bloem in het Spaans. En dan zulk een mooie en speciale bloem! De prinses begreep de prins onmiddellijk. Ze werd op slag verliefd op deze diepzinnige en zachtzinnige man die zo goed bij haar leek te passen. Ze voelden mekaar heel erg goed aan.

Onder hun bewind werd er ontzettend veel gedanst in het koninkrijk: feest of niet, weer of geen weer, op straat, in de velden, op de trein, in de klas en in de kerk, op kantoor en tijdens vergaderingen, zelfs in het leger, overal dansten de mensen. Ze zongen er vaak ook bij en het werk ging er allemaal veel sneller door vooruit. Mensen namen zichzelf wat minder serieus en hun kinderen vonden het geweldig. Er werd ook veel minder ruzie gemaakt doordat de mensen een uitlaatklep hadden voor al hun emoties, ook de moeilijkere, zoals woede, angst en verdriet. En het werd ook een hype om dansende huwelijksaanzoeken te doen, maar nooit verklapte de prins die nu koning was zijn goochelaarsgeheim. "Het was gewoon een dans die klopte.", zei hij naar waarheid wanneer iemand er hem naar vroeg.

[2] Noot van de auteur: iedere gelijkenis met bestaande personen berust op louter toevalligheden.