Olaf & Nono

16-06-2021

Wat zou het leuk zijn moest dit ooit een serie worden op de kindertelevisie!

Olaf en Nono te Brecht.

Olaf liet zich van de kar glijden. Voorzichtig hief hij de linkerachterpoot van zijn ezeltje omhoog. Net wat hij al dacht: het hoefijzer was losgekomen. Hij moest dringend een smid zien te vinden! Snel nam hij zijn pollepel uit de kar en wrikte het hoefijzer helemaal los. Daarna trok hij zijn linkerlaars uit en schoof die aan de voet van zijn ezeltje dat geduldig stond te wachten in de schaduw van een eenzame els. Hij knabbelde een beetje aan een graspol terwijl hij zich liet opkalefateren. Olaf gooide de pollepel weer in de kar, sprong op de bok en hield Nono een stok met wortel voor. De wortel bungelde immer onbereikbaar voor Nono's ogen en hij volgde hem gedwee. Nono wist heel goed dat de wortel een grapje was, maar het was toch handig voor Olaf om hem zo de weg te wijzen, zonder teugels, en de kinderen in de dorpjes waar hij zijn poppentheater speelde vonden het geweldig!

Het was nu niet ver meer naar Brecht en ze hadden beiden dorst en het verlangen die te lessen gaf Nono vleugels. De laars hield het wonderwel en nog vóór de zon aan het zenit stond, reden ze het dorpsplein op. Olaf gaf hen beiden te drinken uit de waterput. Vervolgens zocht hij een goed plekje om zijn theater uit te stallen. Nadat alle voorbereidingen getroffen waren en alles zich pikfijn op zijn plaats bevond, stond Olaf zichzelf een rustpauze toe en legde zich in het zachte gras ten ruste, zijn pet over zijn ogen.

Jonathan heeft honger.

Nog geen uur later werd hij gewekt door een rammelend en kletterend lawaai dat vanuit zijn kar scheen te komen. Nono balkte. Onmiddellijk alert, sprong Olaf geluidloos overeind en kon nog net een jong knaapje bij de kraag grijpen dat er met zijn knapzak vandoor wou. In zijn haast om weg te komen had hij Olafs kookgerei omver gestoten. De jongen woog nog minder dan een zucht wind, het kostte Olaf geen enkele moeite hem eenhandig een meter boven de grond te houden. Daar trappelde hij verwoed in de lucht, terwijl hij vergeefs trachtte Olaf in zijn hand te bijten, zodat deze hem zou lossen. "Eerst m'n knapzak terug hoor!", zei Olaf vriendelijk tegen het knaapje. Geduldig liet Olaf hem uitrazen en nadat de jongen eindelijk doorhad dat hij niet zou kunnen ontsnappen, liet hij uitgeput de knapzak vallen. Toen liet Olaf hem los en hij landde zwaar nahijgend op zijn kleine beentjes. Onmiddellijk schoot hij weg achter de eik op het plein, bang als een in het nauw gedreven dier. Toch vluchtte hij niet verder weg, maar bleef Olaf bespieden vanuit zijn veilige schuilplaats.

"Als je wil mag je met me mee-eten.", stelde Olaf nog steeds even vriendelijk voor. Olaf wist dat kleine jongetjes niet zomaar uit stelen gaan. Deze jongen had honger, dat was zo zeker als dat de zon morgen weer zou opkomen. Hij was erg klein en mager. Zijn kleren waren vuil en gescheurd en hij was blootsvoets. Waarschijnlijk had hij niemand om voor hem te zorgen. Olaf brak een royaal stuk van zijn brood af en propte er een stuk kaas tussen. Dat gooide hij in een boogje naar zijn verspieder. Olaf zag de jongen het brood handig opvangen en ermee wegspurten. "Tot ziens!", riep hij hem nog na.

Wasvrouwen keerden terug met de was op hun heupen en boeren keerden terug van hun velden. Meer en meer mensen kwamen langs het dorpsplein en merkten Olafs theatertje op, dat naast het dorpsplein stond uitgestald. "Deze avond een wondermooie voorstelling. Komt dat zien!", riep Olaf door z'n toeter. "Adembenemende verhalen, oeroud en splinternieuw. Voor jong en oud, voor man en vrouw!"

Olaf had een hele hoop verhalen uitgewerkt. Hij had poppen en decors zowel voor de griezelige avonturen van Odysseus, als voor zoetsappige Doornroosjes. Hij kon zelfs Aladin laten rondvliegen op een tapijt! Meestal liet hij het publiek een verhaal kiezen maar deze avond zou hij het hebben over Ali Baba. Hij hoopte dat de kleine gauwdief zou komen kijken en hij wou hem via het verhaal indirect laten weten dat er ook arme helden zijn, die misschien wel stelen, maar nooit meer dan strikt noodzakelijk en alleen van schurken die meer dan genoeg hebben. En toen Ali Baba later eerlijk rijk werd, was hij heel gastvrij voor de armen, hij vergat namelijk nooit hoe erg dat voor hem geweest was.

Ali Baba en de veertig rovers.

Het begon al te schemeren toen de mensen zich verzamelden op het grasveldje en de matten die Olaf voor zijn theatertje had uitgestald. Hij had zelfs een vouwstoeltje bij, dat hij uiterst elegant aanbood aan de oudste vrouw van het dorp. Ze was slecht te been en hij vermoedde dat ze niet goed zag, daarom nodigde hij haar uit helemaal vooraan te komen zitten tussen de kinderen. Ze lachte gecharmeerd de weinige tanden bloot die ze nog bezat, terwijl hij een zwierige buiging voor haar maakte, het stoeltje voor haar openklappend, een vuurrode roos tussen zijn tanden geklemd.

Daarna bracht hij haar nog een ballade met zijn ukelele, terwijl hij onnozele danspasjes uitvoerde, wat trouwens nog onnozeler leek dan anders, vermits hij maar één laars droeg. Toen de stemming er goed inzat en iedereen een plaatsje gevonden had, trok hij zich terug achter zijn poppenkast.

De voorstelling werd een groot succes. Nooit eerder hadden de mensen van Brecht pofbroeken en puntschoenen en tulbanden en kromzwaarden en poppen die zo donker waren van huidskleur gezien. Zij waren gefascineerd en stelden Olaf achteraf vele vragen.

Ali Baba was een arme houthakker in Perzië. Hij verkocht takkenbossen op de markt. Op een dag hoorde hij tijdens het houtsprokkelen in een bos, ver van zijn huis, hoefgetrappel van een hele horde paarden. Hij kroop snel in een boom en was getuige van een bende rovers die hun buit verstopten in een grot. De grot opende zich alleen als je "Sesam, open u!" riep. En hij zat boordevol goud en edelstenen en tapijten. Ali Baba liet zijn hoofd niet op holbrengen en nam steeds maar een beetje van de schat mee, zodat dat onopgemerkt bleef. Op een dag kwam zijn broer Casim, een rijke tapijthandelaar, zijn geheim echter te weten. Zijn hebzucht werd hem fataal: met tien ezels met grote manden op de rug geladen, ging hij naar de grot en omdat hij niet kon kiezen welke kostbaarheden mee te nemen en vooral welke achter te laten, lukte het hem niet om uit de grot te geraken voor de rovers terug keerden. Hij rende de hele dag besluiteloos heen en weer van de grot naar zijn ezels met tapijten, diademen en munten, borden en kruiken. En toen hij hoefgetrappel hoorde en de rovers terugkwamen naar hun grot, wist hij niet meer hoe hij de grot moest openen. "Tarwe, open u!", riep hij wanhopig. Of waren het gerstkorreltjes? "Haver!", schreeuwde hij nu. Wanhopig zocht hij zijn geheugen af. Hij was vergeten dat het de zaadjes waren van de sesamplant, waar het om ging. Die worden door Arabieren heel veel gegeten. Hij werd onthoofd door de roverhoofdman. Olaf smeert een beetje aardbeienconfituur aan het hoofd van Casim, dat lijkt het meeste op bloed. Dan gooit hij het hoofd in het publiek. De gelukkige die het hoofd kan vangen, steekt het in zijn mond en zuigt er gretig op. Olaf was zuinig met zijn potje, het diende alleen om op te treden en niet om op te eten!

Olaf zocht het publiek af en, blij dat hij zich niet vergist had, wenkte hij de kleine gauwdief naderbij. De kleine jongen naderde argwanend tot op enkele meters. Olaf gooide hem zijn pet toe en de jongen begreep het onmiddellijk: hij ging er glunderend mee rond.

Ondertussen beloofde Olaf zijn publiek dat hij de volgende dag weer een verhaal voor hen zou brengen. Toen trokken de meeste mensen langzaamaan huis- en een enkeling kroegwaarts.

De jongen bracht hem zijn pet. De mensen waren gul geweest. Ze hielden van poppenspelers, veel gebeurde er niet in een dorp en hij bracht leerzaam vermaak. Bovendien wisten ze dat ze een deel van het geld terug zouden verdienen: het was hen niet ontgaan dat Olafs ezeltje een smid nodig had en hij zou vast en zeker inkopen doen in hun dorp.

"Hoe heet je?", vroeg hij de jongen terwijl hij hem een muntstuk toewierp. "Jonathan", zei de jongen met vuurrode wangen, terwijl hij beschaamd naar het muntstuk staarde, klaarblijkelijk in tweestrijd. "Dat heb je eerlijk verdiend.", verzekerde Olaf hem. Jonathan wenste hem enigszins gerustgesteld slaapwel en holde toen de nacht in.

Olaf ruimde op. Hij mocht zijn kar in de hooischuur van de dichtstbijzijnde boer zetten. Nono zou deze nacht zijn buik kunnen volvreten en hij zou lekker zacht slapen tussen het hooi!

...