Prinsessensprookjes

16-06-2021

Het begon allemaal met een sprookje dat ik schreef voor de dochter van een vriendin die nooit wou kussen. Na het horen van haar sprookje, gaf ze plots wel graag kussen, maar met heel veel kwijl! Daarna schreef ik nog een sprookje voor die vriendin zelf, die toen niet kon slapen, en hup ... ik was vertrokken!

Prinses Helena.

In een ver land woonde eens een prinses die niet van kussen hield. Nu lijkt dat op het eerste zicht misschien niet zo een groot probleem te zijn maar je moet eens nagaan hoeveel keer op een jaar er kusjes uitgewisseld worden: bij verjaardagen, bij familiebezoeken, bij Kerstmis en met Nieuwjaar, voor het slapengaan, bij afscheid en bij weerzien, ... . En elke keer brulde de prinses: "IK HOU NIET VAN KUSSEN!" en daar stonden de koning en de koningin beschaamd naar hun koninklijke schoenen te staren terwijl de mensen hen afkeurend nakeken.

Naarmate ze ouder werd, werd het probleem groter want welke prins wil er nu een prinses trouwen die niet wil kussen?! De koning liet de duurste zalfjes bestellen: lippenbalsem uit Hongarije en zalf uit Oezbekistan tegen kloven en gebarsten lippen. Hij liet zelfs een beroemd psycholoog uit Vladivostok komen en een heel geleerde dokter uit Kirgizië die gespecialiseerd was in allergieën (want misschien was de prinses wel allergisch aan kussen). Maar niets van dat alles hielp.

"M'n liefste kindje", zei de koning op een dag tegen zijn prinsesje: "Ik word oud en mama ook en we zullen niet altijd voor je kunnen blijven zorgen. Het wordt tijd dat je een man vindt. "Ik wil geen man want IK HOU NIET VAN KUSSEN!", brulde de prinses en ze sloeg de deur zo hard dicht dat het peperdure schilderij van de koninklijke familie van de muur op de grond viel en in 2 brak.

"Nu is de maat vol!", schreeuwde de koning en hij greep de prinses bij haar arm en duwde haar de trap voor het koninklijke paleis af. "En kom niet terug voor je wil kussen!"

"Net goed", dacht prinses Helena. "Kom Fondus", zei Helena en ze floot haar liefste kater uit de koninklijke tuin, zette hem op haar schouder en liep de wijde wereld in.

Ze liepen en liepen door velden en bossen, langs beekjes en dorpjes, langs weiden vol koeien en langs boomgaarden vol met zoete appeltjes en pruimen en peren. "O wat bevalt de wijde wereld me!", dacht de prinses met haar mond vol braambessen: "Niemand die aan mijn kop zeurt dat ik moet kussen en wat is de wijde wereld mooi!" Toen ze moe gelopen was en pijn aan haar schouder had van Fondus zette ze zich onder een lindeboom in de schaduw en viel in slaap. Fondus klauwde vrolijk naar een libelle en hupte de lindeboom in waar hij vervolgens een vlinder, een rups en een eekhoorntje achterna zat.

Toen keek hij naar beneden en verschoot zich een ongeluk: hij zat helemaal bovenin de reuzachtige lindeboom en dierf geen poot meer verzetten. Het duizelde in zijn kopje en zijn hartje bonkte uit zijn lijf. Hij begon hartverscheurend te miauwen. De prinses schrok wakker, keek naar boven en begon te jammeren. Net op dat moment kwam er een knappe prins met een goede timing voorbij. Hij zag de prinses in tranen, wierp een blik op Fondus, parkeerde zijn paard langs de lindeboom en sprong lenig van zijn zadel op de onderste takken. Behendig klauterde de dappere prins naar boven, zette de doodsbange Fondus op zijn schouder, klom weer naar beneden en overhandigde blij de kater aan de prinses. Die nam hem dolgelukkig met 2 handen aan en ze tuitte haar lippen. De prins stak bliksemsnel zijn hoofd tussen dat van haar en de kater zodat hij een geweldige klapzoen op zijn wang kreeg. "O", zei de prinses: "en ik hou niet eens van kussen." "Dat treft", zei de prins", "ik namelijk ook niet!" En toen kusten ze de hele verdere dag onder de lindeboom en 's avonds sprongen ze met z'n allen op het paard van de prins richting koninklijk paleis om er de volgende dag te gaan trouwen.


Prinses Vanja.

Er was eens een prinses in een ver land dat Hoosrade heette. Het was een mooie en lieve prinses die slim was en veel talenten had. Toch was ze niet gelukkig want ze had erg veel last van slapeloosheid. Het is niet te tellen hoeveel uren en nachten de arme prinses daar wakker lag in haar prinsesselijke slaapkamer met fluwelen kussens en zijden lakens.

De koning en de koningin waren natuurlijk erg bezorgd en deden er alles aan om hun dochter te helpen: kilo's matrassen werden naar het koninklijke paleis verscheept, luchtbevochtigers en slaapmiddeltjes van de duurste kruiden van over de hele wereld. "Hier liefje, probeer dit hoofdkussen eens!", zei de koning. Of "Heb je dit beeldige slaapkleedje al eens gepast?", vroeg de koningin dan hoopvol.

Maar het baatte allemaal niet. De prinses werd alsmaar meer moe.

Op een dag dwaalde de prinses rusteloos door de gangen van het paleis tot ze de boekhouder van de koning tegenkwam op de trap van de bibliotheek. Het was een oersaaie man, zo saai dat hij bijna onzichtbaar was. "Eu, ik heb net een boek gevonden over de hervorming en vereenvoudiging van fiscale procedures.", vertrouwde hij de prinses toe. "Het is heel interessant omdat het duidelijk maakt dat de verlenging van de bezwaartermijnen helemaal geen financiële repercussie heeft op de staatskas ... ." zei hij, al meer tegen zichzelf dan tegen de prinses eigenlijk, want hij was het gewend dat niemand naar hem luisterde. "O ja", geeuwde de prinses "dat klinkt inderdaad interessant." En toen viel ze prompt in slaap op de onderste trede van de bibliotheektrap. "Kijk nou" riep de boekhouder met waarempel een glinstering in zijn grijze ogen: "een naslagwerk over de heffing van tolgelden op de Beerbiekse autosnelwegen!" En met iets wat vaag weg had van een blos op zijn bleke wangen haastte hij zich naar de bibliotheekkast. De prinses was hij op slag vergeten, hij propte het boek in zijn aktentas en vloog de trap op naar de voordeur van het paleis, in het blije vooruitzicht van een avond boeiende lectuur.

Daar lag de prinses op de harde, koude, stenen trap en ze sliep 12 uren aan één stuk door en droomde over hemelbedden in alle maten en in alle kleuren van de regenboog.

De volgende dag na het ontwaken zag de wereld er weer mooi uit: de zon scheen zoals hij nog nooit geschenen had en de vogeltjes floten mooier dan de prinses ooit gehoord had. Ze nam ogenblikkelijk een wijs besluit; ze zou trouwen met de boekhouder van haar vader de koning. Onmiddellijk werd het feest geregeld en de boekhouder ging natuurlijk akkoord want hij glunderde al bij het vooruitzicht de koninklijke bibliotheek voortdurend te kunnen raadplegen.

Op hun trouwdag speechete de boekhouder over de fiscale voordelen en nadelen van het huwelijk. Toen viel de prinses in slaap met haar hoofd middenin de bruidstaart. Maar niemand vond het erg, iedereen was heel blij voor de prinses, en ze lieten haar lustig verdersnurken tot ze helemaal uitgeslapen was.

En zo leefden ze dan samen en ze waren best gelukkig: "Vertel nog eens over de belastingshervormingen die je in ons land doorvoerde?", vroeg de prinses elke avond en dan deed zij alvast haar pyama aan. Haar man begon dan over het fiscale landschap in Hoosrade en vond het niet erg dat ze steeds in slaap viel, dan kon hij weer het bed in met de Winkler Prins.


Prinses Titien.

In een land hier ver vandaan dat Elemijt heette, woonde eens een prinses die ontzettend stonk. De arme prinses moest altijd alleen aan tafel zitten. Ze had ook een kamer helemaal alleen en apart aan de andere kant van het kasteel. Al de bedienden hadden steeds een wasknijper in de zak van hun broek of schort zitten, voor het geval ze de prinses zouden tegenkomen. "Nag Prinses Nitien.", zeiden ze dan beleefd. Iedereen meed haar en de prinses was heel eenzaam en verlangde naar gezelschap maar niemand was tegen haar geur opgewassen. Zelfs de plant op haar slaapkamer verdorde en verloor al zijn bladeren in het midden van de lente.

De koning en de koningin waren ten einde raad: ze lieten de prinses urenlang schrobben en boenen met de duurste eau-de-colognes en geurwaters, tot ze vuurrood zag en haar huid overal pijnlijk verbrand gloeide. Dappere ridders waagden hun leven en brachten de fijnste zepen mee van alle uithoeken van het uitgestrekte rijk. Eén keer werd de prinses zelfs dagenlang buiten aan de wasdraad opgehangen om te luchten. Maar het baatte allemaal niet; ze bleef stinken tegen de sterren op.

Op een dag kwam een eenvoudige varkenshoeder langs het kasteel. Hij vroeg om de hand van de prinses. In normale omstandigheden zou geen haar op het hoofd van de koning eraan gedacht hebben zijn dochter met iemand minder dan een prins te laten meegaan maar dit waren natuurlijk geen normale omstandigheden. Iedereen haalde dan ook letterlijk opgelucht adem toen ze de prinses zagen vertrekken met niet meer dan een grote rugzak als bagage. (Want wat zou ze immers doen met al haar kostbaarheden als vrouw van een varkenshoeder?!)

Misschien weten jullie het en misschien ook niet maar varkenshoeders ruiken niet zoals gewone mensen; zij zitten zo vaak tussen de varkens dat zij er zelf naar beginnen ruiken. En varkens ruiken nu eenmaal niet lekker fris naar rozenblaadjes. (Waarschijnlijk vinden zij dat van ons ook.) In alle geval was de neus van de varkenshoeder gehard door zijn beroep en hij vond dat zijn prinsesje best meeviel zo in de gezonde buitenlucht als zij tegen de wind in stond.

Het was op een mooie dag in de lente dat de prinses merkte dat ze niet meer gewoon kon gaan zitten, er zat iets in de weg. Na nader onderzoek bleek dat er waarempel een varkensstaartje zomaar door haar mooie kleedje groeide! "Wel heb je ooit!", riep de varkenshoeder verbaasd uit. Maar hij vond het niet zo erg want hij was varkens meer gewoon dan mensen. Varkens zijn trouwens lief en verstandig maar dat weten de meeste mensen niet. Na enkele dagen was de prinses helemaal mooi roze geworden en had ze een snuit gekregen. En binnen de twee weken was ze volledig in een varken veranderd! Een mooi en schattig, stinkend, roze varkentje.

Nu bleek dat prinsesselijk varken een ongelooflijke neus, of beter snuit, te hebben voor truffels. Geen ander vrouwtjesvarken kon van zover en zo precies bepalen waar deze lekkere paddestoelen groeien. Telkens wanneer zij haar snuit in de wind stak en zachtjes begon te knorren, wist de varkenshoeder hoe laat het was: hij greep zijn staf en knapzak, floot de kudde bijeen en met z'n allen stoven ze de prinses achterna. De prinses was eigenlijk een goed gemanierd varken; ze wroette altijd voorzichtig in de aarde, zonder het wortelstelsel van de truffels te beschadigen. De varkenshoeder had een prima geheugen en onthield al de plekjes waar er truffels groeiden of nog moesten uitkomen.

Hij werd erg bekend als truffelhandelaar en kreeg de bijnaam: "de truffelkoning"! Hij werd zelfs rijk en kocht een groot stuk grond met een bos vol truffels, een moeras vol heerlijke modder om lekker in te rollen, een boomgaard en een watervalletje. Hij bouwde een lemen huisje waar alle varkentjes vrij binnen en buiten mochten lopen, ze moesten alleen leren hun voeten te vegen bij het binnenkomen. Het was er properder dan in de meeste huizen eigenlijk, waar kinderen hun speelgoed niet opruimen en mannen hun vuile sokken laten rondslingeren! (Dat komt misschien ook wel doordat varkens geen sokken en geen speelgoed hebben.)

Na al die jaren in de gezonde buitenlucht was de geur van de prinses verflauwd. Voor een varken was ze erg aantrekkelijk en ze had dan ook veel succes bij de beren in de kudde. Doch had zij enkel oog voor de varkenshoeder. De liefde was wederzijds; de varkenshoeder van zijn kant zou zijn leven gewaagd hebben voor zijn prinsesje. Gelukkig voor hem werd zij veel ouder dan een normaal varken. Zij waren altijd samen en verstonden elkaar zonder woorden. Tijdens de lange winteravonden zat zij vaak bij hem op schoot voor de warme openhaard en samen staarden zij naar de vlammetjes. In de lente, terwijl de boomgaard prachtig in bloei stond, stoeiden ze met z'n allen in het moeras. In de zomer beleefden zij samen de mooiste zonsop- en ondergangen en in de herfst maakten ze lange wandelingen in het bos dat rood, groen, geel en bruin kleurde.

En toen kwam er een varken met een lange snuit ... en het sprookje was uit. Voor sommigen een sprookje over een onmogelijke liefde, voor anderen een verhaal over onvoorwaardelijke liefde.

...